Middeleeuwse Krijgssport
Oorsprong
De stichter van de meest invloedrijke Duitse school, Meester Johannes Liechtenauer moet begin van de 14e, eind 13e eeuw zijn geboren en in die tijd hebben geleefd. Hoewel over zijn persoon verder weinig bewaard is gebleven heeft hij wel een tekst nagelaten waarin hij in rijm zijn stijl heeft beschreven. De zogenaamde: ‘merkeverse’. Daar deze tekst begint met: ‘Junck Ritter Lere’ (Jonge ridder leer..) is het met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aannemelijk dat hij in dienst moet zijn geweest van koningen of andere edellieden. Leerlingen van hem hebben op deze ‘Merkeverse’ commentaren op geschreven en zo is er een schat aan oude manuscripten en kennis bewaard gebleven over zijn zwaardvechtstijl. Hij noemde het ”Kunst Des Fechtens”, oftewel: kunst van het schermen/vechten (‘fechten’ betekent zowel vechten als schermen).
De leraren die zijn stijl hebben doorgegeven en een aantal schrijvers die over zijn stijl schreven zijn onder anderen:
-Sigmund Ringeck
-Hanko Döbringer
-Peter von Danzig
-Joachim Meyer
De traditie van deze stijl had een tijdspanne van ongeveer200 jaar en daarmee kan rustig gesteld worden dat deze ‘Duitse School’ zijn toonaangevende stempel heeft gedrukt op de toenmalige krijgs- en wapenkunst.
De Principes van de Europese Krijgssport volgens Liechtenauer
De basis bestaat uit drie aanvalsoorten: slaan, steken, snijden. Deze aanvalssoorten zijn gericht op vier primaire doelen de zogenaamde: ‘vier openingen’. Deze openingen zijn eigenlijk trefvlakken, als een tegenstander over de lengte- en breedte as door midden gedeeld wordt, onstaan er inderdaad vier trefvlakken. In zijn oorsprong is elke rake aanval met een scherp zwaard natuurlijk een solide treffer die de tegenstander verzwakt of zelfs uitschakelt.
Deze vier openingen worden in eerste aanleg gedekt door twee basisgardes: de Ochs en de Pflug. De andere basisgardes zijn de vom Tag en de Alber.Voorts kunnen deze twee gardes weer gebroken of ongedaan gemaakt worden door de figuren: mutieren (onderste openingen) en duplieren (bovenste openingen).
Verder zijn er nog de ‘geheime slagen’ (oude manuscripten) die later de ‘meesterslagen’ werden genoemd (jongere manuscripten), deze zijn allen ontworpen om zowel de tegenstander te raken en om de vier bovengenoemde gardes te breken of neutraliseren. Andere figuren zijn ontworpen om goed om te gaan met de druk die-als de zwaarden onverhoopt tegen elkaar kletteren- op het wapen wordt uitgeoefend. Een aantal voorbeelden daarvan zijn: abnehmen, durchwechseln en schnappen. Er zijn meer figuren uiteraard. Verder voorziet het systeem in een overgang van het vechten op grote afstand en het vechten van dichtbij. Dit is het zogenaamde: ‘ringen am schwert’ en het zogenaamde:’armringen’. Ringen am schwert verwijst naar een combinatie tussen worstelen en zwaardvechten. Een heel typische manier van vechten zijn de zogenaamde: ‘windingen’, een ‘winding’ is het draaien van een zwaard over de lengte as. De bedoeling van deze techniek is de punt van het zwaard in een van de vier opening te draaien om zo de tegenstander te raken, elke winding kan eindigen in een van de drie basisaanvallen: slaan, steken en snijden. Omdat er acht windingen zijn geeft dat vier en twintig eindmogelijkheden om het gevecht te winnen.
Middeleeuwse Krijgssport binnen de NCS
KDF is als stichting is een onderdeel van een europese organisatie met scholen in diverse landen.
Iedere afdeling heeft natuurlijk een eigen specialiteit of een voorkeur voor bepaalde wapens en per land wordt onderzoek verricht naar bronnen en manuscripten uit de eigen streek. Wij streven er naar om als KDF Europa de middeleeuwse krijgssport te ontwikkelen.
Internationaal gezien is de middeleeuwse krijgssport nog in ontwikkeling, maar er zit zeker (middeleeuwse) muziek en toekomst in.
De website van Stichting KDF Nederland: www.kdfnederland.nl